Met een dikke honderd verzamelden we aan de scoutslokalen van Merksem fort. Mijn hartje klopte in mijn keel. 135 keer per minuut. In rust. Voor de hartslagleken: rond de 135 doe je aan vetverbranding dus zo’n hartslag kan enkel wijzen op een inspanning of hevige stress. Er kwam een man met een geweer aan. Eindelijk, we gingen er aan beginnen. Maar die vent moest eerst nog 10 minuten vertraging aankondigen vanwege spijkers op de weg en daaruit volgende platte banden. We zouden later nog spijkerzoekende politieagenten op de weg aantreffen en Vinke zou later nog een punaise uit z’n band halen. Gelukkig had hij geïnvesteerd in tubeless banden, onder de wedstrijdrenners common practice. Nadat de meeste bikers vertrokken waren klonk er een startschot en het vlammen kon beginnen. Eerst akelig, in massa over de betonbaan en na een rondje de zandbak in, de katrol onderdoor en dan het bos in. Posities in de massa: Vinke bij de top, uit het zicht ik, en niet ver achter mij Stunt en Voor. Van Pflars en Spennish geen visual. Spennish zou later terug in het zicht rijden. De eerste ronde ging superhard. In het bos en de eerste bochten langs het water zaten de meeste bikers nog in een goeie drive. Maar niet veel later begon ik de eerste bikers op te rapen die bij de start in ‘t rood waren gegaan. Hoewel ik ook wel besefte dat dit tempo geen 32 kmvol te houden was, bleef ik alles geven. Bikers oprapen geeft namelijk vleugels. Ineens was hij daar: de brede kaki rug van onze Bruultrots Vinke. Een prima mikpunt voor een competitiedier als mezelf. Even bijschakelen, knallen en ik was erbij. Tijd om uit de wind op adem te komen. Daar stelde ik twee dingen vast. Ten eerste waren er nog bikers achter mij die blij waren om uit de wind te zitten want er ging niemand over toen ik vertraagde. En ten tweede: Vinke was niet zo snel als de Vinke waar ik vaak bang voor ben. Ik vertrouwde het niet. Ik ging op kop rijden. Ik ben niet zo technisch en zet me daarom graag op kop op singletrack. Zo kan ik zelf het tempo bepalen en moet ik achteraf geen gaten dichtrijden. Hier gingen we af en toe van het dolomieten weggetje af om snel een bergje te pakken. Later zou Vinke wel weer de kop nemen, dacht ik. Maar dat deed hij niet! Ik bleef nog even koptrekken en ging af en toe in het wiel van een andere biker hangen, om er meestal na een tijdje voorbij te gaan. Bij het begin van ronde twee leek de Bruulbikersstrijd in een beslissende plooi te zijn gevallen. Ik keek achterom en zag Vinke op een dertigtal meter achter mij rijden. Een honderdtal meter daarachter volgde Droes. Ondertussen had ik het niet zo kleine achterste van Trappende Nina kunnen vinden. Deze weerstandsvrije zone kwam van pas want ik had al serieus wat pijlen verschoten. Bovendien voelde ik de adem van Vinke van op dertig meter in mijn nek. Na een vervelende conversatie met Trappende Nina nam ik afscheid van haar, samen met nummer 10, die nog zeker 20 kilometermijn broeder zou blijven. We konden mekaar af en toe uit de wind zetten of trakteren op een versnelling. Zo bleven we allebei op ons beste niveau crossen. Bij elke ronde werden we luid aangemoedigd door onze vrouwen en kinderen. Dat doet toch iets met een sportende mens. Zalig dat ze erbij waren. Hier wil ik Karen nog even hartelijk bedanken om Tinne zo goed te helpen, ze heeft er veel aan gehad. Tijdens de laatste ronde was er een biker komen aansluiten bij mij en 10. Die biker heette Kevin. Dat was heel vervelend. Ik heb meer dan eens achterom gekeken om te controleren of het wel echt een andere Kevin was. Die andere Kevin had nog wel wat over en pakte 10 mee vooruit. Ik moest passen. En even later zag ik dat 10 ook had moeten passen. Intussen ging ik Spennish nog voorbij. Hij moest nog aan de laatste ronde beginnen. Over een paar dagen komen de tabellen online. Daarin zou ik op de 33ste plaats moeten staan, vlak voor nummer 10. Zeven plaatsen later kwam Vinke binnen, dan Droes, Stunt, Panini (die zowaar de hele tocht gesneden had), Pflars en tenslotte Spennish. Spennish had rotbenen en is geconfronteerd met het door ons allen gekende fenomeen: kei dood zitten en dan langs alle kanten voorbij geknald worden. Vermoedelijk was dit alles te wijten aan Paki. Pflars had een goed gevoel bij de wedstrijd. Als beginner heeft hij, vooral in de laatste ronde, veel bikers kunnen inhalen en achter zich laten. Voor Stunt was dit geen bikehoogdag. Naar eigen zeggen is zo’n competitie niets voor hem. Geef Stunt maar lange, mooie en sociale tochten. Droes ging even diep als vorig jaar maar eindigde een tiental plaatsen later. Op de tabellen kan je binnen enkele dagen je eigen tijd nakijken en vergelijken met die van vorig jaar. Vinke verklaarde achteraf zijn “slechte” benen door een zware TT Aarschot, twee dagen tevoren. Het overlijdensbericht/verslag van TT Aarschot gelezen hebbende doet mij geloven dat dit inderdaad niet zomaar een excuus was. Na aankomst kregen we nog gratis Chouffe en een bangelijk zonnetje. Nien beet zeker één keer van haar hot-dog, Nand plaste in een plas, Simon en Bas vochten met de krukken van Sep en wat de andere kinderen allemaal deden weet ik niet meer. Na drie Chouffen en na thuiskomst ben ik in de zetel in slaap gevallen en ik hoop van jullie hetzelfde. Tot de volgende.

 

Stats: 8km verkenning +32 kmx1,5 =56 km

Chouffe: Allen twee, behalve Vinke drie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s