Om zeep te maken gebruikte men in die tijd het dierlijke vet van schapenbotten, water en as.
Om te weten of de verhouding goed was, ging de zeepproever aan een touw hangen in het midden boven de dampende ketel. Een kunst die pas werd doorgegeven aan de geschikte leerling.

Zo moest die Diest doorstaan, een soort Herentals voor gevorderden.
Hij moest bewijzen genoeg cardio te hebben voor het fietsen. Het plezier van het fietsen voorop te stellen.
En glans in de ogen, dat mocht de meester graag zien.

8tius deed goed zijn best.
Zijn best om zijn niet te veel te doen. Maar ook niet te weinig. Om op hartslag te rijden en zo te trainen voor het grote misschien.
Maar was het niet Jean-Marie Pffafff die zei: “oefenen moet je thuis doen. Niet hier”?

Bovendien, de meester verwachtte vuur. Voor onder de ketel. En in het oogwit.
Zoals bij Pfaffs en Pfeteff. Kerels die kozen voor de 60 en zo weer eens verder bergop reden op de grelling van hun bikebestaan.

Maar de meeste indruk maakte Spat.
60 km voorop en dat vrolijk als een bronstige Stalone in het douchelokaal van de meisjesvolleybalclub van Air Signapore.
De laatste 10, uit beleefdheid, verscholen uit de wind achter het ruime zitvlak van ondergetekende.
Om dan hop, met een verontschuldigende schreeuw de sprint te winnen.

De oude zeepproever wenste hem oprecht proficiat.
Hij klom op zijn touw, recht boven de kolkende zeepmassa. Hij proefde en zei: “er moet nog een oud kadaver bij”.
En hij liet zijn touw los.

Pfarsië – 60km
8, spat, vink – 80km

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s